logo bilzen

1968

1968

Van de liefde en vrede die in de lucht hingen, blijft steeds minder over. In de Verenigde Staten worden Martin Luther King en Robert F. Kennedy, twee voorvechters van gelijkheid, vermoord. In Parijs zijn er studentenprotesten die overslaan in massale stakingen over het hele land. Ook in Leuven breken rellen uit, Vlaamse studenten willen les krijgen in hun eigen taal. Het franstalige deel van de universiteit verhuist naar Louvain-la-Neuve.
In de populaire muziek evenwel geen spoor van geweld. The Moody Blues en Aretha Franklin scoren de grootste hits met liefdesliedjes. In Bilzen wordt even getwijfeld: verder de weg van de popmuziek inslaan of bij zuivere jazz blijven? In samenspraak met Humo wordt voor de beat gekozen, het blad neemt de programmatie voor vrijdag en zaterdag voor z’n rekening. Jazz is voorbehouden voor zondag met kanonnen als Archie Shepp, Clark Terry en Dexter Gordon op het programma.
Muzikaal wordt Jazz Bilzen 1968 een topeditie: op vrijdag zorgen The Pebbles voor spektakel met de avant-première van ‘Seven Horses in the Sky’. Het nummer is de dag ervoor geschreven, de tekst is zelfs nog niet af. Maar de band krijgt de vlam in de pan met zijn toekomstige hit. Letterlijk: een roadie die bijklust in een vuurwerkfabriek, heeft het hele podium geboobytrapt. De spetters zetten ei zo na de bühne in de fik; na afloop zijn alle microfoonkabels doorgebrand. De toeschouwers krijgen nog meer sensatie als ook de drummer van The Pretty Things aan z’n acrobatische toeren begint. Hij klimt op de geluidsboxen om daarna vanuit de lichttoren naar beneden te springen. Ook de mannen van The Move maken indruk door met een bijl op het podium te verschijnen en vakkundig versterkers en barkrukjes aan splinters te hakken.
Maar de ware apotheose volgt op zaterdag wanneer de godfather van de Britse Blues Alexis Korner spontaan aan het musiceren slaat met andere grootheden als Chris Farlowe, Steve Mariott en Cuby van The Blizzards. De jamsessie grijpt de duizenden aanwezigen bij de keel, daarna hoeven The Small Faces enkel nog de kroon op het werk te zetten.
In de pers wordt Bilzen tot ‘het mekka van het Vlaamse popleven’ gebombardeerd. Al vraagt een journalist zich hier en daar ook wel af of ‘Bilzen zijn voornaam ‘Jazz’ eigenlijk nog wel verdient.’