logo bilzen

1977

1977

‘Elvis has left the building’ – in de ochtend van 16 augustus wordt Presley op z’n badkamervloer in Graceland gevonden: the King is dead. Maar elders wordt luidkeels geschreeuwd: God Save the Queen. Terwijl in de clubs de disco hoogtij viert en The Bee Gees een klinkende comeback maken met de soundtrack van kaskraker ‘Saturday Night Fever’, gooien The Sex Pistols er hun ‘Never mind the bollocks’ uit. Het is zo klaar als een klontje: Punk is here to stay!
Ook in Bilzen maken groepjes punkers met nagels, kettingen, hanenkammen en veiligheidsspelden hun opwachting tussen het publiek. Met Theo Boelen als nieuwe voorzitter waait er een frisse wind door het festival. Van jazz op de affiche is nog amper sprake, van punk, rock en pop des te meer.
Op donderdagavond mogen drie jonge Britse sensaties het feest op gang trekken. Het is Elvis Costello die als eerste een opmerking maakt over de scherpe afrastering voor het podium dat de frontstage voor pers en gasten scheidt van het publiek. ‘Tear the fuckin’ fence down!’, hitst hij de gemoederen op waarop een deel van de toeschouwers oprukt richting podium. Als even later ook de zanger van The Damned met een knipoog naar de concentratiekampen roept: ‘This is Bilzen, not Belsen-Belsen!’, beginnen enkele heethoofden de prikkeldraad - tot bloedens toe - naar beneden te halen.
Joe Strummer van The Clash springt zelf van het podium om de betonnen palen waartussen de omheining is gespannen uit de grond te helpen trekken. Maar hij wordt door enkele securitymensen prompt terug de bühne opgegooid. Van de weeromstuit loopt hij tegen zijn eigen microfoonstandaard aan en breekt z’n neus. Bloedend werkt hij het optreden af, maar nadien moet Strummer alsnog naar het ziekenhuis worden afgevoerd.
Vrijdagnacht gaan de hemelsluizen open en ze gaan de rest van het weekend niet meer dicht. Maar dat kan de pret niet drukken. Duizenden toeschouwers zijn getuige van een uitstekende Graham Parker, van de reünie van The Small Faces, het harde gitaarwerk van Thin Lizzy en Uriah Heep en van het Belgische debuut van Aerosmith. De band arriveert in Bilzen met drie trucks vol materiaal. Als hun roadies er nog maar ééntje uitgeladen hebben, staat het podium al helemaal vol.
Drie dagen regen vormen de Dell om tot één grote modderpoel. Na afloop zijn militaire jeeps nodig om de auto’s en het materiaal van de weide en de backstage te krijgen.