logo bilzen

1978

1978

Op elke jongenskamer hangt een poster van Blondie’s Debby Harry en Dire Straits en The Police zijn de nieuwe tienerhelden in wording. In Bilzen zitten ze in dubio: grote investeringen doen om topacts binnen te halen en een superfestival te worden of kiezen voor nieuwe punk- en new wave-bands en met minder tevreden zijn. Het wordt het laatste. Na rijp beraad wordt beslist om - ondanks de vurige pleidooien van voorzitter Theo Boelen - de jazz helemaal links te laten liggen. Al staat met Philip Catherine uiteindelijk toch een relatief grote naam uit die hoek op de affiche.
Het is Boelen zelf die voor een eerste headliner zorgt: Lou Reed zegt eindelijk toe om naar Bilzen te komen. In zijn kielzog laten andere grote of veelbelovende bands zich met plezier strikken voor het festival: Japan, Nazareth, AC/DC, The Kinks, The Jam en The Boomtown Rats zeggen allemaal toe. Zelfs the hardest working man in showbizz James Brown gaat op de uitnodiging in. Hij sluit de eerste festivalavond in stijl af nadat Raymond van het Groenewoud en Herman Brood het publiek hebben warm gedraaid.
Even is er paniek als zowel Nazareth en AC/DC voor zaterdag afhaken, maar Blondie wordt bereid gevonden om in te vallen. Debby Harry staat ‘als een soort van Mona Lisa op het podium. Met half toegeknepen ogen, iedere man in de eerste 50 rijen de indruk gevend dat ze juist naar hém stond te kijken’, aldus een recensent in het Nederlandse muziekblad Oor. Maar muzikaal is het heel wat minder: dezelfde recensent heeft het zelfs over ‘een afgang’.
Intussen gaat het er naast de weide wild aan toe. In de straten van Bilzen gaan in de nacht van vrijdag op zaterdag enkele jongeren met elkaar op de vuist. Als een combi passeert, richt de woede van de vechtersbazen zich plots tegen de politie. Het gevecht escaleert, 17 rijkswachters raken gewond en 6 relschoppers worden gearresteerd.
De nacht nadien komt het opnieuw tot een veldslag. Enkele festivalgangers stoken op de markt een vuurtje, maar al snel laaien de vlammen metershoog op. Het brandweerkorps wordt met stenen bekogeld en menig winkelraam gaat aan diggelen.
Zondag schoppen de Antwerpse punkers van The Kids Bilzen weer wakker. De omheining tussen de frontstage en de weide gaat tegen de grond en enkele enthousiaste toeschouwers klimmen het podium op.
Ook achter de schermen raken de gemoederen even verhit als The Jam en The Boomtown Rats discussie krijgen over hun plaats op de affiche. Paul Weller en Bob Geldof staan neus aan neus, allebei willen ze vlak voor topper Lou Reed spelen. Uiteindelijk wint Geldof het pleit, met zijn band speelt hij dan ook een stevige set. Heel wat beter dan die van Reed trouwens. ‘Zijne norsheid’ heeft z’n dag niet, snauwt zijn muzikanten af en houdt het na een uurtje voor bekeken.
Opnieuw komt het later die nacht tot rellen in het centrum: een grote groep festivalgangers trekt een spoor van vernieling door de stad.
De bewoners en het stadsbestuur zijn woedend en in de pers wordt de dag nadien al de vraag gesteld: ‘Haalt Jazz Bilzen nog wel het jaar ’79?’